M. Vasalis

in Wikipedia, die vrye ensiklopedie
Jump to navigation Jump to search
M. Vasalis (1983)

M. Vasalis, pseudoniem vir Margaretha (Kiekie) Droogleever Fortuyn-Leenmans (13 Februarie 1909 in Den Haag16 Oktober 1998 in Roden) was 'n Nederlandse digter en sielkundige.

Die pseudoniem[wysig | wysig bron]

'Vasalis' is 'n verlatynse weergawe van haar familienaam 'Leenmans'. Die 'M' staan nie vir 'Maria' nie, soos soms verkeerdelik berig word. Die digteres wou aanvanklik haar werk publiseer sonder om te onthul dat haar gedigte deur 'n vrou geskryf is. Toe sy deur Simon Vestdijk ('n Nederlandse romanskrywer) die kans gekry het om haar debuut in die literêre tydskrif Groot Nederland te maak wou hulle haar nie toelaat om haar werk met slegs haar voorletters te onderteken nie. Derhalwe het die digteres besluit om onder 'n skuilnaam te skryf en te publiseer. Aangesien haar vader tydens sy studentejare onder die naam 'Vazal' geskryf en gepubliseer het, het sy besluit om met hierdie verlatynse weergawe van haar familienaam te eksperimenteer; welke tot die pennaam of pseudoniem Vasalis gelei het.

Lewe en werk[wysig | wysig bron]

Vasalis het in die buitewyke van Scheveningen, 'n Nederlandse stad wat naby die see geleë is, grootgeword. Margaretha Leenmans (Kiekie of Kiek vir vriende) het medisyne en antropologie aan die Universiteit van Leiden studeer. Sy was 'n lid van die koshuisgroep Zestigpoot gewees. Na haar opleiding vestig sy haar in 1939 in Amsterdam om as mediese praktisyn te werk. Later werk sy as kinderpsigiater in Assen en Groningen (Nederland). In die dertigerjare het sy bevriend geraak met J. C. Bloem, Adriaan Roland Holst, Albert van Dalsum, Victor van Vriesland, Titus Leeser en vele ander in die 'salon artistique' wat deur die advokaat Harro Bouman en sy vrou Carina Bouman-Hofstede Crull aangebied word. In 1939 trou sy met Jan Droogleever Fortuyn, wat professor in neurologie sou word. In 1940 maak sy haar debuut met die bundel Parken en woestijnen. Ander digwerk is De vogel Phoenix (1947) en Vergezichten en gezichten (1954). Die drie digbundels wat gedurende haar leeftyd gepubliseer is, bevat slegs ongeveer honderd gedigte. De oude kustlijn verskyn postuum in 2002. Haar kinders Lous, Hal en Maria Droogleever Fortuyn het vir hierdie publikasie gesorg. Vasalis het tradisionele gedigte geskryf wat gekenmerk is deur die gebruik van verpersoonliking en antropomorfisme. Haar gedigte bestaan dikwels uit verskeie indrukke van die natuur en eindig dan by selfbetragting. Behalwe gedigte, het Vasalis ook verskillende opstelle en 'n novelle geskryf. Haar werk is bekroon met onder andere die gesogte Constantijn Huygens-pys in 1974 en die P.C. Hooft-prys in 1982.Ton Anbeek, 'n Nederlandse skrywer en literatuurwetenskaplike, beskryf haar gedigte as: "Oënskynlik banale feite wat tot 'n flits van insig mag lei". 'Afsluitdijk' uit Parken en woestijnen (1940) word beskou as een van haar bekendste gedigte.Toe haar man professor aan die Universiteit van Groningen word, het hulle in 1951 met die gesin daarheen getrek. Vasalis het vanaf 1964 tot en met haar afsterwe in 1998 in die 'huis de Zulthe' naby die dorpie Roden gewoon.

Eerbewyse[wysig | wysig bron]

Daar is 'n bed & ontbyt fasiliteit in 'huis de Zulthe' in Roden, Nederland, te wete die huis waar Vasalis gedurende die laaste jare van haar lewe gewoon het. Daar is ook sprake van die oprigting van 'n spesiale tuin vir Vasalis wat ook in haar laaste woonplek opgerig sal word. In 2009 is 'n gedenkteken ter herdenking van haar honderste verjaardag opgerig. In Leiden kan daar ook op die hoek van Lijsterstraat en Leeuwerikstraat 'n bronsportret beeldouwerk van Vasalis gevind word. Die beeld is deur die beelhoukunstenaar Aart Schonk gemaak. Vasalis het aldaar gewoon tydens die jare van haar mediese opleiding (van 1927 tot 1934). Die portret is op inisiatief van die Genootskap van Nederlandse Literatuur daar geplaas, nadat die Vasalis-biografie deur Maaike Meijer belangstelling in die ligging laat herleef het. Laastens dra 'n trein van die Nederlandse onderneming Arriva ook die naam M. Vasalis.

Werke[wysig | wysig bron]

Gedig deur Vasalis op 'n muur in Den Haag

1940 - Onweer, in Drie Novellen, met J. Campert en E. Eewijck
1940 - Parken en woestijnen
1945 - Fragmenten uit een journaal, in Criterium
1947 - De vogel Phoenix
1952 - Naar aanleiding van Atonaal, in Libertinage
1954 - Vergezichten en gezichten, een bloemlezing van verzen
1958 - Kunstenaar en verzet
1960 - De dichter en de zee, bloemlezing
1964 - (S)teken aan de wand, in Raam, toespraak
1977 - Dankwoord bij de uitreiking van de C. Huygensprijs 1974, in Literama
1982 - Het ezeltje, faksimilee
1983 - Pijn, waarvoor geen naam bestaat, juryrapport over enkele gedichten van de Nederlandse auteur Bunnik
1984 - Dankwoord bij de aanvaarding van de P.C. Hooftprijs 1982
2002 - De oude kustlijn, postuum gepubliseer deur haar kinders.

2009 - De amanuensis

2009 - Briefwisseling 1951-1987 / M. Vasalis, Geert van Oorschot. Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2009

2011 - Vriendenbrieven. Briefwisseling tussen Kiek Drooglever Fortuyn-Leenmans en Harro & Carina Bouman-Hofstede Crull. Woubrugge, 2011 [bezorgd door Hessel Bouman].

Voorbeelde van haar poësie[wysig | wysig bron]

De Dood[wysig | wysig bron]

De Dood wees mij op kleine, interessante dingen:
dat is een spijker - zei de Dood- en dit een touw.
Ik zie hem aan, een kind. Hij is mijn meester,
omdat ik hem bewonder en vertrouw,
de Dood.

Hij wees mij alles: dranken, pillen,
pistolen, gaskraan, steile daken,
een bad, een scheermes, een wit laken
,,zoomaar" -  voor als ik eens zou willen
de  dood.

En vóór hij ging, gaf hij mij nog een klein portretje...
,,Ik weet niet, of je 't al vergeten was,
het komt misschien nog wel te pas
voor als je eens niet meer zou willen
sterven,
maar wie let je?
zei de Dood.

  • Uit: Parken en woestijnen (1940)

De idioot in het bad[wysig | wysig bron]

Met opgetrokken schouders, toegeknepen oogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
leelijk en onbeholpen aan zusters armen gebogen,
gaat elke week de idioot naar 't bad.

De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kleedingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lesschen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleeke bloemen,
zijn lange, bleeke beenen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van den geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleeren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water-leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

Het ezeltje[wysig | wysig bron]

In de korte, blauwe schemering
deed ik een kleine wandeling.
De grond was rood, gebarsten-droog.
De luch was dun en vreeslijk hoog,
en blauwe distels stijf en grillig
ritselden driftig en onwillig.
Stil grazend naast een grijze rots
zag ik opeens op hooge beenen
een jongen ezel; zijn ooren schenen
doorzichtig, zijn gelaat was trotsch.
Zijn lange, ambren oogen blonken
als water, ernstig en bezonken
en onpartijdig was zijn blik.
En na een korte, felle schrik
verstarde ik in verwondering.
Of kan het eerbied zijn geweest
voor dit schoon, ongeschonden beest,
waarmee ik langzaam verder ging?
Een pijnlijke herinnering:
zoo ben ik vroeger ook geweest.
Die gaafdheid en zachtzinnigheid,
onzware ernst en droomrigheid,
o kon ik dat nog ééns herwinnen,
kon ik nog ééns opnieuw beginnen.

Bronne[wysig | wysig bron]

Literêre pryse[wysig | wysig bron]

  • 1941 - Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prys vir Parken en woestijnen
  • 1955 - Poësie-prys van die munisipaliteit van Amsterdam vir Vergezichten en gezichten
  • 1963 - Kulturele prys van die provinsie van Groningen
  • 1974 - Constantijn Huygens-prys vir Vasalis se gehele oeuvre
  • 1982 - P.C. Hooft-prys vir Vasalis se gehele oeuvre

Dokumentêr[wysig | wysig bron]

  • Sporen van Vasalis, geregisseer deur Willem van der Linde. Stichting Beeldlijn, Groningen, 2010 (dvd, 50 min.). Portret van die digteres gebaseer op 'n onderhoud van 1987 deur Ronald Ohlsen.

Biografie[wysig | wysig bron]

Sien ook[wysig | wysig bron]

Eksterne skakels[wysig | wysig bron]